Van DNA tot nestkast: dertigtal eikelmuizen klaar voor vertrek naar de natuur
Dierenzorg, genetisch onderzoek, de juiste plek en timing: ZOO Planckendael bereidt bedreigde eikelmuizen stap voor stap voor op terugkeer naar de natuur.
Een dertigtal eikelmuizen, een geschikt bos en een verhuisdatum. Wat heb je nog meer nodig om een bedreigde diersoort terug te brengen naar de natuur? Heel wat, zo blijkt. De eikelmuis is een bedreigde soort in Vlaanderen en haar leefgebied verdwijnt aan een sneltempo. Elke kans om de soort te helpen, telt. Maar dieren terugbrengen naar de natuur is veel meer dan ze naar een geschikte plek verplaatsen. Ook gezondheid, gedrag, onderlinge verwantschap en genetische achtergrond spelen een rol in hun kansen om zich succesvol in de natuur te vestigen. Welke dieren zet je samen? Zijn ze gezond? Hoe (genetisch) uniek zijn de dieren die we nu opvangen? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we genetische variatie doorheen de tijd in stand houden?

Een succesvolle terugkeer naar de natuur begint dan ook lang voor dieren worden uitgezet. Geschikte leefgebieden van de eikelmuis verdwijnen en raken steeds meer van elkaar afgesneden. Om te voorkomen dat lokale populaties verdwijnen, zetten Royal Antwerp ZOO Foundation en ZOO Planckendael hun expertise in om eikelmuizen op te vangen en voor te bereiden op een terugkeer naar de natuur. Tijdens hun verblijf krijgen de dieren de nodige zorgen en worden ze medisch gecontroleerd, terwijl wetenschappers hun genetische verwantschap in kaart brengen. Die kennis gebruiken ze om geschikte kweekkoppels samen te stelen en bepaalt mee welke dieren later samen kunnen worden uitgezet.
In de herfst van 2026 bereikt dat traject een belangrijke volgende stap: een eerste groep eikelmuizen verlaat ZOO Planckendael en wordt opnieuw uitgezet in de natuur.
Tussen houtkanten en snelwegen
Een zwart zorro-masker rond de ogen, een lange pluimstaart en vooral ’s nachts op pad: de eikelmuis is een opvallende verschijning die zich zelden laat zien. “De eikelmuis is geen muis maar een slaapmuis en leunt dichter tegen de eekhoorn aan”, vertelt Ben Van Dyck, coördinator dierenzorg. “Overdag zoekt ze beschutte plekken boven de grond, bijvoorbeeld in holtes van bomen.”
Om te overleven heeft een eikelmuis meer nodig dan één geschikte boom of één stukje bos. Ze voelt zich thuis in kleinschalige landschappen met houtkanten, boomgaarden, struiken en andere beschutte plekken waar ze voedsel vindt, kan schuilen en zich veilig kan verplaatsen.
Zelfs het verdwijnen van een stuk haag of houtkant kan problematisch zijn voor de bedreigde eikelmuis.
En net daar knelt het schoentje in Vlaanderen. Geschikte leefgebieden verdwijnen niet alleen, ze raken ook steeds meer van elkaar afgesneden door veranderingen in het landschap. “Eikelmuizen leven het liefst boven de grond, tussen bomen, takken en struiken. Ze lopen niet graag over de grond”, vertelt Hans Vermeiren, ecoloog bij CORRIDOR. “Dan kan zelfs het verdwijnen van een stuk haag of houtkant een verbinding tussen twee leefgebieden doorbreken. Voor een eikelmuis kan zo’n kleine verandering in het landschap dus een groot verschil maken.”
Die achteruitgang maakt lokale populaties steeds kwetsbaarder. Dieren uitzetten betekent dus niet simpelweg een bos uitkiezen en klaar. Ze moeten er voedsel en beschutting vinden, maar ook de ruimte krijgen om zich voort te planten en verder te verspreiden.

Met nestkast en al de natuur in
Voor eikelmuizen opnieuw de natuur in kunnen, gaat er in ZOO Planckendael een maandenlange voorbereiding aan vooraf. Tijdens hun verblijf krijgt elk dier de nodige verzorging, medische controles en een chip zodat elk individu herkenbaar blijft en later opnieuw kan worden opgevolgd.
Maar gezond zijn alleen is niet genoeg. Wetenschappers brengen ook de genetische achtergrond en onderlinge verwantschap van dieren in kaart. Zo wordt duidelijk welke eikelmuizen nauw aan elkaar verwant zijn en waar er net genetische verschillen zitten. Genetische diversiteit bepaalt hoe goed een soort zich kan aanpassen aan veranderingen in haar omgeving en verhoogt de weerstand tegen ziektes.
“Een groep dieren kan er perfect gezond uitzien, maar genetisch toch kwetsbaar zijn”, legt Philippe Helsen uit, onderzoekscoördinator conservatiegenetica van Royal Antwerp ZOO Foundation. “Als dieren te nauw aan elkaar verwant zijn, verlies je op termijn genetische variatie. Net die variatie willen we zoveel mogelijk behouden om de soort ook op lange termijn kansen te geven.”
Met die genetische informatie stellen de onderzoekers geschikte kweekkoppels samen. Intussen worden in ZOO Planckendael ook jongen geboren en wordt de groep groter. Ook zij krijgen een plaats in de genetische puzzel. “Voor elk dier bekijken we hoe het verwant is aan de rest van de groep”, gaat Philippe verder. “Die informatie helpt ons om keuzes te maken: welke genetische lijnen versterken het kweekprogramma en welke dieren dragen net bij aan het herstel van populaties in de natuur.”
Dit najaar is de eerste groep er klaar voor. Een dertigtal eikelmuizen maakt de overstap van ZOO Planckendael naar de natuur. En niet alleen de dieren vertrekken. Ook de nestkasten die ze in ZOO Planckendael gebruiken, gaan mee. Voor een eikelmuis, die graag beschutte plekken boven de grond opzoekt, vormen die een vertrouwde schuilplaats in een nog onbekende omgeving.
Ook de verhuisdatum is geen toeval. Voor deze eerste groep is bewust gekozen voor een uitzetting vóór de winterslaap, zo kunnen de dieren die winterslaap in hun natuurlijke leefgebied doorbrengen.
Voor dit traject werken Royal Antwerp ZOO Foundation en ZOO Planckendael samen met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en CORRIDOR. Elk brengt daarbij zijn eigen expertise in. “ANB kent en beheert het uitzetgebied, ZOO Planckendael brengt zijn eigen ervaring met genetica en soortbehoudsprogramma’s in en CORRIDOR kent de ecologie van de eikelmuis door en door,” zegt Wouter Huygens, boswachter bij ANB. “Door die kennis samen te brengen, kunnen we veel gerichter werken aan de terugkeer van de soort.”

Daarna is het aan de eikelmuizen. Dankzij hun chip kunnen onderzoekers blijven opvolgen waar de dieren opduiken en hoe ze zich in hun nieuwe leefgebied vestigen. Ook het gebruik van de nestkasten en het leefgebied wordt de komende maanden verder opgevolgd. “Die inzichten zijn essentieel om het traject bij te sturen waar nodig,” aldus Ben. “Wanneer blijkt dat dieren zich moeilijk nestelen in een bepaald gebied, kan worden ingegrepen door bijvoorbeeld extra dieren uit te zetten of de samenstelling van de groep aan te passen. Ook factoren zoals de verhouding tussen het aantal mannetjes en vrouwtjes of variatie in leeftijden spelen daarbij een rol.”
Een dertigtal eikelmuizen zijn nog maar het begin
Met deze eerste groep dieren stopt het traject niet. Na de winterslaap volgen in 2027 nieuwe uitzettingen. Maar eikelmuizen uitzetten is één ding. Ervoor zorgen dat ze ook jaren later nog in het Vlaamse landschap rondlopen, is iets anders. Het doel is dan ook niet bereikt zodra de dieren hun eerste stappen terug in de natuur zetten. Ze moeten er hun plek vinden, zich voortplanten en uiteindelijk zonder hulp kunnen standhouden.
“Bij natuurbehoud kijken we altijd verder dan het dier dat vandaag voor ons zit”, vertelt Jan Dams, manager dierenzorg van ZOO Antwerpen en ZOO Planckendael. “We willen niet gewoon zoveel mogelijk eikelmuizen uitzetten, we willen sterke groepen die ook op lange termijn hun plaats in de natuur kunnen behouden. Elke stap die we nu zetten, moet daaraan bijdragen.”
De eikelmuis is niet alleen een bijzonder dier, ze heeft ook haar plaats in het ecosysteem.
En dat is niet alleen belangrijk voor de eikelmuis zelf. Elke soort maakt deel uit van een groter ecosysteem. “Als je het aan een boswachter vraagt, mag er natuurlijk geen enkele soort uit Vlaanderen verdwijnen”, gaat Wouter verder. “De eikelmuis is niet alleen een bijzonder dier, ze heeft ook haar plaats in het ecosysteem.” Eikelmuizen eten onder andere vruchten en ongewervelden en helpen zo zaden verspreiden en het aantal insecten mee onder controle houden. Zelf staan ze dan weer op het menu van onder meer uilen, marters en vossen. Zo vormt ook dit kleine nachtdier een schakel in een veel groter geheel.

Natuurbehoud kent geen grenzen
ZOO Antwerpen en ZOO Planckendael zetten zich al jarenlang in voor het behoud van bedreigde diersoorten. Met hun conservatiestichting, Royal Antwerp ZOO Foundation, bundelen wetenschappers, dierenverzorgers en dierenartsen hun expertise om diersoorten een toekomst te geven. Dat doen ze onder meer als stamboekhouder van soorten zoals de bonobo en de monniksgier, en via terreinwerk in onder andere Congo en Brazilië.
Bij natuurbehoud denk je misschien aan verre landen en exotische dieren. Maar ook dichter bij huis staan ecosystemen onder druk, vaak zonder dat we het meteen merken. De eikelmuis is daar een voorbeeld van.
“Dankzij onze jarenlange ervaring met natuurbehoud kunnen we vandaag heel snel schakelen”, vertelt Jan. “De kennis en technieken die we doorheen de jaren hebben opgebouwd voor soorten als de bonobo, vietnamfazant of monniksgier, kunnen we ook inzetten voor de eikelmuis. Van dierenzorg en kweek tot de nieuwste genetische technieken: we hebben heel wat expertise in huis.”
Precies die combinatie maakt het mogelijk om opvangen te verbinden met een breder natuurbehoudsproject. Zeker bij een kortlevende soort als de eikelmuis (levensverwachting van 2 – 3 jaar) is tijd belangrijk: beslissingen over kweek, genetica en terugkeer naar de natuur moeten soms op korte termijn genomen worden. Zo vindt jarenlange ervaring met natuurbehoud wereldwijd ook heel dicht bij huis haar weg naar de praktijk.
Wat vertelt het DNA van een eikelmuis?
Aan de buitenkant zie je niet welke eikelmuizen familie zijn van elkaar. Hun DNA vertelt dat wel. En dat is belangrijke informatie wanneer je dieren terug naar de natuur brengt. Zet je vooral nauw verwante dieren samen uit, dan is ook de volgende generatie sterk verwant aan elkaar. Daarom brengen onderzoekers van de Royal Antwerp ZOO Foundation de genetische achtergrond van de dieren tot in detail in kaart.

Voor een eerste analyse namen ze het DNA van vijftien eikelmuizen onder de loep. Daarbij onderzochten ze meer dan 46.000 unieke plekken (posities) binnen de gehele genetische code van deze eikelmuizen: een soort genetische vingerafdruk van elk dier. Door die vingerafdrukken te vergelijken, kunnen onderzoekers zien welke dieren nauw aan elkaar verwant zijn en hoeveel genetische variatie er binnen een groep aanwezig is.
En daar kwam iets opvallends uit. Tussen de onderzochte eikelmuizen vonden de onderzoekers duidelijke genetische verschillen. Dat toont hoe genetische variatie binnen een soort verdeeld kan zijn over groepen. Wanneer leefgebieden inkrimpen of verdwijnen, kunnen ook groepen eikelmuizen steeds meer van elkaar geïsoleerd raken. Daardoor kan zelfs een kleine groep genetische variatie bevatten die elders minder of niet voorkomt. Dat is belangrijke informatie voor het soortbehoud: genetische variatie die vandaag aanwezig is, willen onderzoekers zoveel mogelijk bewaren.
Die kennis kunnen onderzoekers meteen gebruiken. Hoe meer genetische variatie een soort behoudt, hoe groter haar mogelijkheden om zich op lange termijn aan te passen aan veranderingen. Daarom stellen onderzoekers kweekkoppels samen die zo weinig mogelijk aan elkaar verwant zijn. Zo proberen ze zoveel mogelijk genetische variatie te behouden en inteelt te beperken.
De genetische puzzel is bovendien nog niet af. Ook de genetische achtergrond van nieuwe dieren en pasgeboren jongen wordt in kaart gebracht. Zo kunnen onderzoekers ook voor volgende generaties bepalen welke dieren het best met elkaar kweken en welke combinaties geschikt zijn voor een latere uitzetting. Daarnaast worden de huidige resultaten in een groter (Europees) kader geplaatst, waarbij de genetische gegevens worde vergeleken met die van eikelmuizen uit andere delen van Europa, van het Iberische schiereiland tot de Balkan. Zo wordt het genetische beeld steeds vollediger en helpt DNA mee bepalen hoe we de eikelmuis vandaag én in de toekomst zo goed mogelijk kunnen beschermen.