ZOO Planckendael en De Zegge lanceren knap staaltje natuurbehoud
“Tijd winnen voor de populatie kieviten én hun habitat rond De Zegge herstellen”
Voor een hartverwarmend voorbeeld van natuurbehoud hoef je niet ver weg. Neem nu De Zegge in Geel, sinds 1952 in handen van ZOO Antwerpen en ZOO Planckendael. Met conservator Marcel Verbruggen (1925-2021), een icoon van natuurbescherming in Vlaanderen, groeide het 111 hectare grote gebied uit tot een harmonieus paradijs voor zeldzame planten en broedvogels. Sommige soorten hebben het echter erg moeilijk. ZOO Planckendael wil de bedreigde populatie van de kievit en de wulp nu een zetje geven. We trokken de laarzen aan om te gaan kijken hoe de teams van de dierenparken en hun natuurreservaat De Zegge een en ander aanpakken. “Elk ei dat we niet kunnen beschermen op een akker, stoppen we in onze broedmachine.”

Hoe indrukwekkend kan de baltsvlucht van een kievitsmannetje in de lente zijn, met zijn karakteristieke roep, brede vleugels en zwarte keel? Dreigt er gevaar in de buurt van hun nest, dan gaan ze pijlsnel en luidruchtig achter elke belager om ze te verjagen. Dat beeld moeten we steeds vaker missen. Weide- en akkervogels als de kievit en de wulp staan onder grote druk. Voor de biodiversiteit is dat bijzonder jammer. Maar nu is er dus een pilootproject van ZOO Planckendael in De Zegge. Het grote doel: de kwijnende populaties in en rond het unieke veengebied in de Kempen ondersteunen via een soft release. Bij zulke ‘zachte’ vrijlating krijgt een vogel de kans om zich geleidelijk aan te passen aan zijn nieuwe omgeving. De mens steekt daarbij een handje toe. Dat contrasteert met een hard release: dan wordt een vogel meteen vrijgelaten.
“Het idee is een jaar of vier geleden binnen het verzorgersteam gegroeid”, vertelt Frédéric Verstappen, curator vogels in Planckendael. “Niet enkel voor de kievit overigens, ook voor de grutto (de nationale vogel van Nederland). Deze twee soorten bleken geen deel uit te maken van een Europees soortbehoudsprogramma Na overleg kregen we groen licht. Ik heb vervolgens Natuurpunt en het Agentschap voor Natuur en Bos aangesproken. We werken goed samen en concentreerden ons op de kievit.

De Zegge is 111 hectare groot. Maar het pilootproject omvat alles samen een gebied van 800 hectare in de vallei van de Kleine Nete. De voorbije maanden werden tientallen kievitseieren in veiligheid gebracht, verzameld door vrijwilligers op de akkers. ZOO Planckendael verwacht dat er uiteindelijk verschillende kievitsjongen kunnen worden uitgezet.
Vroege vogels
Acht kieviten blijken letterlijk ‘vroege vogels’ te zijn. Ze zijn al in april geboren, het resultaat van drie legsels. Er zijn dus broertjes en zusjes bij. Wanneer we ons op een regenachtige vrijdag aanmelden aan het werkhuis van De Zegge, kijken Lien Van Breda (beheerder) en Toon Deswert (coördinator) uit naar de komst van Frédéric Verstappen. Hij heeft naast acht kartonnen dozen met kievitjes nog een snoezige verrassing meegenomen: in een couveuse zit een zes dagen oud wulpenjong. We herkennen al de lange, gebogen snavel en het bruinige verenkleed waarmee hij als volwassen vogel zal getooid zijn. Frédéric: “Het is het enige jong dat is overgebleven van een legsel van drie eieren. Een landbouwer trof het aan in een bietenveld.”
Het wulpje is op doorreis naar het natuurhulpcentrum in Opglabbeek. Frédéric: “Daar kan het kuiken met vier van zijn soortgenoten opgroeien. Of de wulp dan later terugkeert naar De Zegge? Dat weten we niet zeker.” Het plan is om dit in een volgende fase verder te onderzoeken in functie van de programma’s voor het beschermen van soorten.
Meten en wegen is weten
Alle aandacht gaat daarna naar de kieviten. Ze krijgen tijdelijk een plek in een grote volière, circa 20 bij 7 meter groot. We stappen erheen via een paar houten paadjes. Kwestie van natte voeten te voorkomen. In de volière gaan Frédéric en vogelringer Ignace, al jarenlang een trouw vrijwilliger, meteen aan de slag. Eén voor één halen ze de kievitsjongen uit de dozen. Eerst moeten ze worden geringd, gewogen (tussen 170 en 200 gram, zo blijkt) én gemeten. Elke ring bevat een code. Als het eerste kievitje wordt vrijgelaten, maakt het hart van het ZOO Planckendael team en de vrijwilligers een sprongetje. Het jong neemt het zekere voor het onzekere en trippelt fluks van ons weg, naar de andere kant van de volière.
“We willen de kieviten de kans geven om tot rust te komen in de volière. Want er gebeurt van alles: een vos die passeert, of een hond, het lawaai van een vliegtuig... En mensen natuurlijk.”
Wanneer ze alle acht gelost zijn, zoeken ze elkaar snel op. Met hun kenmerkende lange kuif zien ze er bijzonder schattig uit. Het laatst vrijgelaten jong lijkt de meeste energie te bezitten: het wil liefst ineens wegvliegen, de weidse natuur in. Wat natuurlijk nog niet kan in de volière. “Die gaat het overleven”, lacht Frédéric. Hoog boven de volière cirkelt een havik. Hongerig? Dat zou best kunnen. De roofvogel is één van de natuurlijke vijanden van de kievit. Maar de kieviten zijn voorlopig veilig. Ze krijgen een dag of vijf om aan hun nieuwe omgeving te wennen. “We willen ze de kans geven om tot rust te komen. Want er gebeurt van alles: een vos die passeert, of een hond, het lawaai van een vliegtuig. En mensen natuurlijk”, zegt Pieter Dierckx wanneer we hem enkele dagen later bellen. Hij is curator van de vogels in ZOO Antwerpen en werkte voordien vijf jaar in De Zegge mee aan het herstel van de natuurlijke leefomgeving (habitat).

Raakpunten tussen natuur en landbouw
Zonder eieren geen kuikens: hoe slaagt men erin om zoveel mogelijk legsels te redden? Wat komt er allemaal bij kijken? Want een vogel weet uiteraard niet of hij broedt in landbouw- of natuurgebied.
Samenwerking is hier het sleutelwoord. Je moet geduldig aftasten waar de raakpunten liggen tussen de belangen van de natuur en van de landbouw. Pieter: “We zijn vier jaar geleden grondeigenaars en landbouwers gaan aanspreken. Dat leidde tot uiteenlopende reacties. Bleef je vrij oppervlakkig, dan was dat altijd een heel fijn gesprek. Veel van die landbouwers hebben best wel wat nostalgie naar vroegere tijden, zoals het geluid en de vlucht van de kievit. Als je het hebt over de terugval van de populatie, wordt het gevoeliger. Dan zeggen ze dat het vaak aan de roofdieren ligt, zoals vossen en haviken.”
“Weidevogels staan onder zware druk in ons landschap. Dé sleutel voor overleving op lange termijn ligt in het simultaan beschermen van hun nesten én optimaliseren van hun leefgebied. Want alleen met gevarieerd en soortenrijk leefgebied in combinatie met een goede waterhuishouding, leggen we het fundament voor een duurzaam behoud van onze weidevogels." Zegt Griet Nijs van Werkgroep Weide- en Akkervogels van Natuurpunt.
Ondanks alle inspanningen weet je als natuurliefhebber én als professional dat een aantal vogels het niet zullen redden na hun geboorte. We willen weten in hoeverre emotionele betrokkenheid ook een rol speelt?

Monniksgieren
Frédéric: “Ik ben nogal een rationele mens. Ik werk intussen 26 jaar met vogels. De afstand is groter dan met zoogdieren. Met ons werk geven we de kievit – of de wulp – tenminste een kans. Ik ben zelf ook betrokken bij het monniksgierenproject in Bulgarije, omdat ZOO Planckendael het soortbehoudsprogramma coördineert. Wij weten op voorhand dat een deel van de vogels het niet haalt. Maar als je genoeg monniksgieren kunt uitzetten, bouw je wel iets op. Bij kieviten is het zo dat elk koppel gemiddeld 0,9 jongen moet groot krijgen om de populatie in stand te houden.”
Pieter: “Bij de wulpen zitten we met een zwaar verouderde populatie in De Zegge en de wijde omgeving. Elk jaar vallen er broedparen weg. In 2022 zijn we gestart met 9 broedparen. Nu zijn er nog 5 koppels. Op vier jaar tijd! En we weten niet wat er precies is gebeurd. We hebben minstens 10 tot 15 jaar nodig om het geschikte leefgebied te herstellen. Mijn bezorgdheid is dan ook dat we voor de wulp in De Zegge te laat komen. Van de kievit tellen we meer broedparen. Een aantal durf ik er echter niet op te kleven. Het is hoe dan ook belangrijk om nu een reservepopulatie op te bouwen. Beter te vroeg dan te laat.”
“De landbouwer had het er moeilijk mee dat hij het nest niet vroeger had gezien en hij niet flexibel genoeg kon zijn om de eieren te laten liggen. We besloten om ze naar Planckendael over te brengen. Lastig hoor, want je ziet het broedpaar daar staan. Dat doet je wel iets.”
Beslissen of je eieren in Planckendael in de broedmachine stopt, is soms wikken en wegen. Pieter: “Enkele weken geleden belde een landbouwer me op. Hij had een kievitsnest aangetroffen in een veld. Maar de man had al een afspraak met een loonwerkersbedrijf om het veld te gaan omwerken en in te zaaien. Dat nest kon daar niet blijven. We zijn gaan kijken: de kuikens stonden bijna op uitkomen. De landbouwer had het er moeilijk mee dat hij het nest niet vroeger had gezien en hij niet flexibel genoeg kon zijn om de eieren te laten liggen. We besloten om ze naar Planckendael over te brengen. Lastig hoor, want je ziet het broedpaar daar staan. Dat doet je wel iets. Het is uiteraard steeds het beste als de moeder ze kan uitbroeden, in de natuur. Maar goed, de kievitsjongen zijn in Planckendael netjes uitgekomen.”

Waarom gaan akker- en weidevogels achteruit?
"De achteruitgang van vele grondbroedende akker- en weidevogels is het gevolg van een complex samenspel van verschillende factoren", vertelt Toon Deswert.
"De belangrijkste oorzaak is de grootschalige afname van hun natuurlijke leefgebied: open heide- en hoogveengebieden, open duinen, laagveengebieden en vochtige graslanden. Kortom, uitgestrekte, open en natte landschappen. Een deel van de grondbroeders slaagde erin zich aan te passen aan een alternatief leefgebied: het agrarisch gebied. Dat sloot immers het sterkst aan bij hun oorspronkelijke leefomgeving. Bovendien waren de werkwijze en het ritme van de toenmalige, kleinschalige landbouw in veel gevallen nog verenigbaar met de levenscyclus van deze soorten.”
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dat ingrijpend door de intensivering van de landbouw, beklemtoont Toon. “De landbouwpraktijken van vandaag zijn moeilijk te verzoenen met de levenswijze van grondbroeders zoals de wulp en de kievit. Het gebruik van synthetische bestrijdingsmiddelen, de drooglegging van gronden en intensievere landbouwbewerkingen hebben ertoe geleid dat het agrarisch gebied voor veel soorten dreigt te veranderen van een geschikt alternatief leefgebied in een ecologische val.”
“Hoewel de terugkeer van predatoren op zich een positief natuurherstel weerspiegelt, weegt hun impact in een verarmd landschap veel zwaarder door dan in een robuust en gevarieerd ecosysteem.”
Daardoor komt volgens Toon ook een vierde factor nadrukkelijker naar voren: het herstel van de populaties predatoren, op de grond en in de lucht. “In een ‘uitgekleed’ landbouwlandschap, waar dekking en uitwijkmogelijkheden steeds schaarser worden, krijgen roofdieren meer kansen om nesten en kuikens te vinden. Hoewel de terugkeer van predatoren op zich een positief natuurherstel weerspiegelt, weegt hun impact in een verarmd landschap veel zwaarder door dan in een robuust en gevarieerd ecosysteem.”

“Net omdát veel van deze soorten zijn uitgeweken naar het agrarisch gebied, spelen landbouwers vandaag een sleutelrol in hun voortbestaan. Door rekening te houden met grondbroedende vogels tijdens de landbouwactiviteiten kunnen zij een wezenlijk verschil maken. Tegelijk blijven wij in de natuurkernen volop investeren in het herstel van geschikte leefgebieden, zodat deze soorten ook daar opnieuw duurzame populaties kunnen opbouwen”, zo besluit Toon.
Natuurherstel
Ook Pieter ziet positieve tekenen. “Er is nu meer aandacht voor de ‘juiste’ landbouw, meer in harmonie met de natuur. Dat is ook de reden dat de vrijwilligers de moed niet verliezen. We denken dat we het tij nog kunnen keren door meer in te zetten op natuurherstel en goede landbouwpraktijken.”
“Later maaien zou al een goed punt zijn”, zegt Frédéric. De vogels op de akkers krijgen dan respijt in de broedtijd. “We stellen onze hoop op meer ‘extensieve’ landbouw, waarbij kleinere percelen worden gemaaid.”
In tegenstelling tot intensieve landbouw, die gericht is op maximale opbrengst en efficiëntie, produceert extensieve landbouw per hectare grond minder. Voorbeelden zijn natuurinclusieve en biologische landbouw. Boeren gebruiken in zo’n geval ook minder kunstmest, veevoer en middelen om de gewassen te beschermen.
Vogelringer Ignace heeft decennialange ervaring als bagage. “Wulpen houden van grasland om te broeden. Maar als dat elke drie weken wordt gemaaid, is dat dodelijk. En de kieviten? Ik herinner me nog jaren dat ik er 400 moest ringen. Recent viel dat soms terug naar 15. Daarom ben ik ook blij dat we er nu een stuk meer kunnen doen.”
Zendertje?
Wat het precieze lot is van de acht kieviten die op 17 juni uit de volière werden gelost, valt af te wachten. Pieter: “We hebben ze een wetenschappelijke ring omgedaan. Enkel als iemand er zo een terugvindt, weten we met zekerheid wat er is gebeurd. Binnenkort laten we nog een grote groep kieviten vrij, die voorzien zullen worden van een zendertje. Dan kunnen we veel beter opvolgen hoe het met de vogels gaat. We willen ons project verder afstemmen met organisaties als Natuurpunt, het Agentschap voor Natuur en Bos en de Vlaamse Landmaatschappij om een en ander te verfijnen.”
Frédéric verwacht dat de kievitkuikens die in mei in Planckendael zijn uitgebroed iets na midden juli naar De Zegge verhuizen. “Dan kunnen ze zich na enkele dagen rust in de volière bij hun soortgenoten aansluiten.”
De Zegge: uniek paradijs voor vogels, reptielen en amfibieën
De Zegge is het oudste natuurreservaat van Vlaanderen en heeft een bewogen geschiedenis. Het is een overblijfsel van het ooit 500 hectare grote laagveengebied van het Geels Gebroekt. Naast turfputten en moerassen zijn er heidebiotopen. ZOO Antwerpen en ZOO Planckendael zijn sinds 1952 eigenaar van 93 van de 111 hectare. Natuurpunt en het Agentschap voor Natuur en Bos bezitten de rest. De erkenning als natuurreservaat dateert van 1985. Het is één van de weinige plekken in Vlaanderen waar je de ringslang aantreft. Daarnaast is het een vogelrichtlijngebied en Europees Natura 2000-gebied, dat kwetsbare dieren, planten en hun leefgebieden duurzaam wil beschermen.

In 2019 sloeg de directie alarm over het voortbestaan van het natuurreservaat en vroeg de Vlaamse overheid om in te grijpen. De naburige landbouw pompte zoveel grondwater op dat De Zegge ook werd droog getrokken. Voor de unieke veenbodem is dat een ramp. De boodschap kwam aan: de vorige Vlaamse regering gaf De Zegge een belangrijke plek in de Blue Deal (die het waterbeheer moet verbeteren en ons beter moet wapenen tegen klimaatverstoring).
De Zegge kun je niet individueel bezoeken. Dat kan enkel in groep (min. 15 mensen) én met een gids, zowel overdag als ’s avonds. Reken op zowat 2,5 uur voor een rondleiding. Voor alle info daarover, neem je contact op met conservator Toon Deswert: toon.deswert@kmda.org.
Het indrukwekkende verhaal van De Zegge kun je ook lezen in het boek 'De vallei van de Kleine Nete met De Zegge en de tijd van toen' van Marcel Verbruggen. Hij was er 57 jaar lang conservator en geldt als een icoon van natuurbescherming in Vlaanderen. Je kunt het nog online bestellen.
Vrijwilligers, landbouwers en het team van ZOO Planckendael werken samen met Agentschap Natuur en Bos in een gebied van 800 hectare om nesten te beschermen en jonge vogels een grotere overlevingskans te geven. Tot nu toe werden 66 eieren veiliggesteld, waarvan er al 22 kuikens succesvol zijn uitgekomen en er nog 44 worden opgevolgd in de broedmachine.
Kievit: steltloper met opwippende kuif
Met een lengte rond 30 centimeter en een spanwijdte van 67 tot 76 centimeter mag je de kievit een forse weidevogel noemen. Zijn volwassen gewicht ligt tussen 150 en 300 gram. Hij is zeer herkenbaar dankzij de opwippende kuif, het zwart-witte verenkleed en de ‘vlinderachtige’ brede vleugels. Bij de baltsvlucht maakt de mannetjeskievit met acrobatische buitelingen indruk op soortgenoten. Het geluid dat hij daarbij voortbrengt, heeft hem zijn naam opgeleverd.
De populatie is de voorbije decennia zwaar geslonken. Rond 2000-2002 werd het aantal broedparen in Vlaanderen nog op 14.000 tot 20.000 geschat. Resultaten van het ABV-project (algemene broedvogel monitoring) spreken over een dramatische afname van bijna 75 procent tussen 2007 en 2024. Ook andere landen vertonen een zorgwekkende trend. Op Europees vlak nam de kievit met 55 procent af tussen 1980 en 2016. Intensieve landbouw wordt als de belangrijkste oorzaak daarvan genoemd, in combinatie met toegenomen predatie.
De kievit voedt zich met insecten, spinnen, weekdieren en regenwormen. Het nest is een kuiltje in de grond. Meestal tellen legsels vier eieren.
Wulp: grootste steltloper van West-Europa
De kievit wordt qua formaat veruit overtroffen door de wulp. De weidevogel kan 50 tot 60 centimeter lang worden en weegt tussen 450 en 1.500 gram. De typische naar beneden gebogen snavel is 9 tot 15 centimeter lang. Het verenkleed is licht van kleur, met donkerbruine verticale strepen over het gehele lichaam. De wulp stoot een mysterieus, jodelend geluid uit, enigszins klinkend als koer-lie. De lange vleugels zijn aan de onderkant bijna wit.
De wulp leeft niet enkel in natte, maar ook in droge gebieden. De vogel komt voor in vrijwel geheel Europa en Azië, deels ook in Afrika. De meeste wulpen leven in het Verenigd Koninkrijk en Finland, maar ook Nederland is met zijn vele wateroppervlakken populair. De vogel broedt in open landbouwgebied en in droge, open natuurzones. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) schatte het aantal broedparen in Vlaanderen begin deze eeuw op 500 à 600. Vandaag zou dat aantal geslonken zijn naar 300 tot 400. De wulp is daardoor een bedreigde soort. Grote handicap is dat de wulp zeer plaatstrouw is, zowel om te broeden, te overwinteren en te rusten. Hij kan zich niet snel genoeg aanpassen aan de achteruitgang van zijn omgeving.
De wulp legt haar nest in ondiepe kuiltjes in de grond, legsels tellen net als bij de kievit een viertal eieren.