Slimme allianties: waarom dieren samenwerken (zelfs als ze elkaar niet moeten)
Wat kuifmakaken ons kunnen leren over samenwerking
Samenwerken lijkt vanzelfsprekend in het dierenrijk. Leeuwen jagen samen, stokstaartjes waarschuwen elkaar voor gevaar, chimpansees delen voedsel en zelfs vissen werken soms samen om prooien te vangen. Ook bij de mens zit samenwerken diep ingebakken: van jager-verzamelaars die samen overleefden tot de complexe samenlevingen van vandaag.
Lange tijd dachten wetenschappers dat die samenwerking ontstond omdat dieren en mensen tolerant en sociaal zijn: hoe beter ze met elkaar overweg kunnen, hoe groter de kans dat ze samenwerken. Maar dat verhaal klopt niet helemaal. Want wat met soorten met strikte hiërarchieën waar competitie en dominantie centraal staan? Ook daar zien onderzoekers samenwerking ontstaan. Een nieuwe studie van Universiteit Utrecht, waaraan ZOO Planckendael bijdroeg, toont aan waarom: samenwerking heeft minder te maken met ‘vriendelijkheid’, maar meer met slimme, selectieve allianties.

Waarom moeite doen voor een ander?
Waarom zou een individu energie steken in een ander, als het daar zelf niet meteen beter van wordt? Lange tijd dachten onderzoekers dat het antwoord lag in verwantschap en sociale tolerantie. “Soorten die minder agressief zijn en meer sociale interacties toelaten, werken meestal gemakkelijker samen,” zegt Jonas Verspeek, onderzoeker van ZOO Planckendael. “Denk bijvoorbeeld aan de neushoornvogel die zichzelf tijdens het broedseizoen letterlijk inmetselt in een boomholte en daardoor volledig afhankelijk wordt van zijn partner voor voedsel. Of aan een kudde olifanten die bij gevaar instinctief een beschermende cirkel vormt rond de jongen.”
Maar dat verklaart niet alles, want ook bij minder tolerante soorten met een uitgesproken hiërarchie, zoals bij hyena’s of bavianen, wordt samenwerking waargenomen. In zulke groepen staan competitie en dominantie centraal. Dat bracht onderzoekers tot andere inzichten: samenwerking ontstaat niet alleen door tolerantie, maar ook door afhankelijkheid tussen individuen. Wanneer en waarom werken individuen samen en vooral met wie?
Om dat te onderzoeken, bestudeerde een internationaal team zes soorten makaken: van heel tolerante kuifmakaken tot heel dominante Japanse makaken. “Makaken zijn ideaal voor dit soort onderzoek, omdat je binnen één diersoort het volledige spectrum aan sociale systemen ziet,” gaat Jonas verder. “Dat maakt het mogelijk om echt te vergelijken hoe samenwerking verandert naargelang de sociale structuur.” De studie werd uitgevoerd bij in totaal dertien groepen, verspreid over verschillende onderzoeksinstellingen en dierentuinen in onder andere Duitsland, Nederland, Finland, Oostenrijk en België.

Wanneer samenwerken peanuts wordt
Om te begrijpen wanneer dieren samenwerken en met wie, keken onderzoekers onder andere naar het gedrag van de kuifmakaak in ZOO Planckendael met een eenvoudige maar veelzeggende test: de zogenoemde peanut plot.
Op de grond wordt een vierkante zone afgebakend waarin voedsel ligt, pinda’s in dit geval. “Die zone maakt zichtbaar wie toegang krijgt tot het voedsel, en dus ook wie elkaar tolereert of juist uitsluit,” legt Jonas uit.
“Bij meer tolerante soorten, zoals onze kuifmakaken, mogen meerdere dieren tegelijk de zone in en delen ze de pinda’s.”
In groepen met een sterkere hiërarchie ligt dat anders: daar bepaalt vaak een dominant individu wie wel en niet dichterbij mag komen.
Door die observatie te combineren met kennis over de sociale relaties binnen de groep, wie dominant is, wie met wie optrekt en welke dieren elkaar nodig hebben, werd duidelijk dat samenwerking allesbehalve willekeurig is. Er werd dus niet alleen gekeken naar of er werd samengewerkt, maar ook naar de sociale structuren achter die samenwerking.
“Samenwerking is te verwachten tussen dieren of individuen die op een bepaalde manier van elkaar afhankelijk zijn,” licht Jonas toe. “Dat noemen we de interdependence hypothesis. Zelfs bij minder tolerante diersoorten zie je samenwerking, maar vooral tussen specifieke partners. Dieren werken niet met iedereen samen, maar met een selecte groep individuen waarmee ze een relatie hebben of waarvan ze afhankelijk zijn.”
Die partners kunnen vrienden of familie zijn, maar evengoed dieren die elkaar in andere situaties nodig hebben, bijvoorbeeld bij conflicten of groepsverdediging. Dat gedrag is op zich niet onverwacht, maar het werd in deze studie voor het eerst op grotere schaal bestudeerd. “Hoe samenwerking eruitziet, hangt sterk af van de sociale structuur. In groepen met een strikte hiërarchie is ze minder verspreid over de hele groep, maar net geconcentreerd tussen bepaalde individuen.”
Klinkt bekend?
Inzicht in samenwerking vertelt niet alleen iets over wat dieren doen, maar ook over hoe een groep in elkaar zit. Door te kijken naar wie met wie samenwerkt, krijgen onderzoekers een beter beeld van sociale relaties binnen een groep. “Voor gedragsonderzoekers is dit waardevolle informatie,” gaat Jonas verder. “Samenwerking maakt zichtbaar welke dieren sterke sociale banden hebben, welke individuen op elkaar aangewezen zijn en hoe stabiel een groep is. Dat helpt ons om beter onderbouwde keuzes te maken rond onder andere groepssamenstelling en dierenwelzijn.”
Hoewel deze studie zich richt op makaken, is het patroon herkenbaar bij andere diersoorten en zelfs mensen. “Mensen worden vaak gezien als hét voorbeeld van samenwerking. Maar ook bij ons volgt die de lijn van relaties en afhankelijkheid: we werken niet met iedereen samen maar vooral met mensen die we kennen, vertrouwen of nodig hebben.”

Onderzoek stopt niet bij één soort
De studie bij makaken staat niet op zichzelf. Binnen het wetenschapscentrum van ZOO Antwerpen en ZOO Planckendael lopen verschillende onderzoeksprojecten naast elkaar met een duidelijke focus op natuurbehoud en dierenwelzijn. “De combinatie van wetenschappelijke expertise en de mogelijkheden die dierentuinen bieden, maakt het mogelijk om gedrag en interacties van dichtbij te bestuderen,” besluit Jonas.
En die kennis wordt niet alleen intern gebruikt. Het wetenschapscentrum werkt namelijk nauw samen met verschillende internationale partners en levert data aan voor studies binnen domeinen zoals conservatiegenetica, diergedrag, dierenwelzijn, evolutionaire biologie en diergeneeskunde. Via onder andere een biobank, waarin biologisch materiaal wordt bewaard voor toekomstig onderzoek, dragen onderzoekers bij aan een bredere wetenschappelijke kennisbasis.
Al die projecten vallen onder drie grote thema’s: toegepast dierenwelzijn, toegepast natuurbehoud en fundamenteel zoölogisch onderzoek. Samen vormen ze de bouwstenen voor beter inzicht in dieren én voor concrete acties om soorten te beschermen, zowel in dierentuinen als in de natuur. De studie naar samenwerking is daar één voorbeeld van, maar past binnen een groter geheel van onderzoek dat helpt om complexe sociale systemen, en uiteindelijk ook soorten zelf, beter te begrijpen en te beschermen.